Rewind: oktober 2003

Regie van een gebiedsontwikkeling

Aanpak Stationsgebied Utrecht samenspel van alle betrokkenen

Door: Constant Gras


Vorig jaar koos de Utrechtse bevolking in een raadplegend referendum voor een verruimd stadshart. De gemeente werkte de visie uit en presenteerde deze zomer het Masterplan Stationsgebied Utrecht. “Het is een misverstand dat hiermee de stedenbouwkundige blauwdruk voor het plangebied op tafel ligt”, zegt directeur Albert Hutschemaekers van de Projectorganisatie Stationsgebied. “Het Masterplan is een ordeningen uitwerking van de gekozen ontwikkelingsrichting. Een raamwerk waarbinnen we de komende twintig jaar samen met betrokkenen en belanghebbenden invulling gaan geven aan de gewenste vernieuwing. Onze taak als projectorganisatie is niet de uitvoering van een vastomlijnd plan, maar het voeren van de regie over het samenspel van verschillende partijen, met verschillende rollen en interpretaties.

Het gebied van en rond het Centraal Station van Utrecht, met winkelcentrum Hoog Catharijne, de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs en het muziekcentrum Vredenburg moet veranderen. Het aantal passanten op het grootste treinstation van Nederland groeit snel en door stadsuitbreiding staat het voorzieningenniveau van de binnenstad onder druk. Daarnaast wordt de sociale veiligheid en leefbaarheid in openbare binnen- en buitenruimten in toenemende mate als probleem ervaren.


Aanpak

Niets doen is geen optie’ is het motto waaronder het gemeentebestuur van Utrecht het op basis van deze vaststellingen noodzakelijk geachte veranderingsproces aanzwengelde. Voor de vernieuwing en verbetering van de centrumfunctie van de Utrechtse binnenstad wordt een stedenbouwkundige aanpak van het Stationsgebied van wezenlijk belang geacht. Als verkeersknooppunt, winkelhart, kantoor-, zaken- en uitgaanscentrum heeft het gebied immers een spilfunctie in de samenhang van de oude historische binnenstad en de buitenwijken. Het doel van het project ‘Aanpak Stationsgebied’ waarvoor het ‘Masterplan Stationsgebied Utrecht’ de richting aangeeft, is dan ook “… een nieuw centrum van Utrecht… door het nieuwe Stationsgebied en de oude stad te integreren en synergie tussen beide te realiseren.” Een centrum dat door bewoners, reizigers, winkelend publiek en werkenden als prettig, schoon en veilig ervaren wordt en waarin de stedenbouwkundige voorwaarden geschapen zijn voor blijvende vernieuwing. Een sterk logistiek knooppunt, hoogwaardige openbare ruimte, architectuur van hoge kwaliteit en intensief ruimtegebruik zullen daaraan volgens gemeentebestuur en projectorganisatie een wezenlijke bijdrage leveren.

Regieorganisatie

“Noem het een project”, zegt Hutschemaekers, geconfronteerd met de naam van de organisatie waarvan hij de leiding heeft. “Maar dan wel een project dat zo’n twintig jaar gaat duren. Ik geef de voorkeur aan de naam regieorganisatie. Onze belangrijkste taak is namelijk het bewaken van de samenhang tussen de verschillende aspecten van het project en de eigen interpretaties, belangen, wensen en mogelijkheden van de verschillende partijen daarbinnen. Dit soort projecten zijn op zich al complexe opgaven vanwege het politieke en bestuurlijke krachtenveld waarbinnen ze tot stand komen. We hebben niet alleen te maken met de gemeentelijke overheid. Dat is weliswaar onze opdrachtgever, maar daarnaast speelt bijvoorbeeld ook de landelijke overheid een rol van betekenis.” Utrecht is het grootste openbaarvervoersknooppunt van Nederland. Mede in het kader van de hogesnelheidslijn (HSL) heeft de rijksoverheid het Centraal Station van Utrecht aangewezen als sleutelproject voor ontwikkeling tot landelijke openbaarvervoerterminal (OV-terminal). Als ‘Railport van Nederland’ zal Utrecht Centraal rond 2020 zo’n 360.000 passagiers per dag moeten verwerken.

Albert Hutschemaekers


“Project- of programmamanagement is in mijn ogen vooral het bewaken en bevorderen van de samenhang, het benadrukken van de raakvlakken”

Eigendomsverhoudingen

Behalve de gemeente Utrecht en het Rijk zijn dus ook spoornetbeheerder ProRail en vervoersbedrijf Nederlandse Spoorwegen partners in het project ‘Aanpak Stationsgebied’. De vele private betrokkenen en belanghebbenden en vooral het grote private eigendom van grond en onroerend goed maken het project nog complexer. “Het bekende concept van opkopen van grond en onroerend goed dat bij infrastructuur- en stedenbouwkundige projecten vaak wordt toegepast, is hier in Utrecht niet aan de orde. Bedrijven als Corio, eigenaar van het winkelcentrum Hoog Catharijne, en de Koninklijke Jaarbeurs zijn voor ons daarom eveneens belangrijke partners”, vervolgt Hutschemaekers.

“Het Stationsgebied Utrecht is derhalve geen project in de zin van een strak en gedetailleerd uitvoeringsplan dat buiten de dagelijkse routine om in betrekkelijke rust gerealiseerd wordt. We creëren de randvoorwaarden, geven aanzetten en sturen met het oog op een noodzakelijke en gewenste ontwikkeling. In algemene termen van bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid hebben we een beeld van wat we rond 2020 gerealiseerd willen hebben. Hoe de bebouwing en buitenruimte van het nieuwe Stationsgebied er concreet uit gaat zien, wordt echter gaandeweg door alle partners en partijen gezamenlijk ingevuld. Daarbij dient voor iedereen duidelijk te zijn wat als randvoorwaarde vastligt en wat nog ingevuld moet worden. De uitvoering van de OV-terminal bijvoorbeeld is een randvoorwaardelijk element voor het bestemmingsplan.

Samenhang

Geen project met starre planning en uitvoering op basis van een vastomlijnd eindresultaat, maar meer een langlopend programma waarbinnen meerdere concrete projecten uitgevoerd gaan worden terwijl het werken, winkelen, uitgaan en reizen in het gebied gewoon doorgaan.

“Project- of programmamanagement is in mijn ogen vooral het bewaken en bevorderen van de samenhang, het benadrukken van de raakvlakken”, aldus Hutschemaekers. “Wij hebben de opdracht om samen met partners, betrokkenen en belanghebbenden tot een hoogwaardige stedenbouwkundige invulling van het Stationsgebied te komen. Een invulling die bijdraagt aan de kwaliteit en integratie van de maatschappelijke functies van de Utrechtse binnenstad. Dat kunnen we niet van bovenaf opleggen. De ondernemers, exploitanten en mensen die werken, winkelen en uitgaan, moeten zich straks in die nieuwe omgeving thuis voelen. Zij zorgen met z’n allen voor de leefbaarheid en de overheid schept de randvoorwaarden daarvoor. De gemeente Utrecht bezit bijvoorbeeld nauwelijks grond een onroerend goed in het plangebied. Daarom is het belangrijk om te weten of ondernemers hun ideeën en investeringsplannen kwijt kunnen in ons Masterplan. Hoe een onderneming als Corio denkt haar bedrijven over tien jaar te zullen runnen, is net zo belangrijk als wat reizigers, winkel- en uitgaanspubliek tegen die tijd aan wensen en eisen hebben. Wat is hun interpretatie van bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid en wat vinden de andere betrokkenen? Wat zijn de raakvlakken en waar hebben we onverenigbare belangen? Wij sturen niet aan op het realiseren van deelprojecten, maar op de integratie, kwaliteit en voortgang van de gebiedsontwikkeling.”

Flexibiliteit

Flexibiliteit is dus een belangrijk aspect van het Masterplan. Hutschemaekers: “Wij moeten open staan en beïnvloedbaar zijn voor de participanten in het project. Goed luisteren naar alle betrokkenen. Hun ideeën, wensen en belangen wegen even zwaar als die van de opdrachtgever. Sterker nog, het is onze opdracht om goed te luisteren en te regisseren. Het succes van het project hangt immers af van het vinden van raakvlakken en de gezamenlijke invulling daarvan. Dat betekent niet dat we alleen aansturen op consensus en compromissen. Dat kán de uitkomst zijn van het proces, maar het gaat uiteindelijk om de beste oplossing voor alle partijen. Een eindresultaat waarin iedereen zich met behoud van de eigen identiteit kan vinden. Daartoe moeten wij niet alleen meervoudig kunnen kijken, maar ook van elkaar leren. Begrip hebben voor en je verplaatsen in de situatie van anderen levert vaak forse doorbraken op. Weten of je de positie bezit om iets af te dwingen of wat er voor nodig is om steun te krijgen voor jouw plannen. Soms zijn er masseertrajecten nodig, maar je moet het ook eens kunnen worden over het feit dat je het met elkaar oneens bent. Je kan natuurlijk ook vijftien jaar lang plannen maken met partijen die allemaal star aan hun eigen standpunten en inzichten vasthouden, maar dan verandert er niets.”

Draagvlak

Uitgangspunt is het verbeteren van de kwaliteit van het Stationsgebied als vervoers-, winkel-, werk- en uitgaanscentrum en de synergie ervan met de historische binnenstad. Het gemeentebestuur van Utrecht heeft het initiatief genomen om het veranderingsproces daartoe te stimuleren en te sturen.

Een complex project of liever programma, dat begon met het vinden van maatschappelijk draagvlak. Met een opkomst van ruim 65 procent bij het raadgevend referendum van mei vorig jaar werd dat gevonden. ‘Niets doen’ was daarbij geen optie, zoals het gemeentebestuur van tevoren al had vastgesteld. De Utrechtse bevolking werd gevraagd te kiezen tussen twee alternatieven voor de aanpak van het Stationsgebied: ‘Stadshart Verruimd’ (Visie A) en ‘Stadshart Compact’ (Visie 1). Alleen de stedenbouwkundige contouren ervan lagen vast. Met ruim zeventig procent werd gekozen voor Visie A. Deze werd nader uitgewerkt in een reeks bijeenkomsten voor publiek en doelgroepen. Onderzoeken naar onder meer bereikbaarheid en infrastructuur, de OV-Terminal, de externe veiligheid, milieueffecten en de economische effecten en mogelijkheden zorgden voor nadere onderbouwing.


Afgelopen zomer werd het Masterplan Stationsgebied Utrecht gepresenteerd. Een raamwerk voor een meervoudige én integrale kijk op een gebiedsontwikkeling die moet bijdragen aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid van het Utrechtse stadshart. Flexibel en transparant, maar niet slap en vrijblijvend. “Wij hebben de regie”, benadrukt Hutschemaekers. Regisseren betekent richting geven en bijsturen met het oog op het te bereiken resultaat en tegelijkertijd ruimte laten voor de spelers om hun eigen rol goed te kunnen invullen. “De projectorganisatie moet daarvoor extern rolvast zijn en intern rolbewust. Het is niet óns project of programma, maar van iedereen die erbij betrokken is. Wat we nu hebben, is een plan voor waar we over pakweg twintig jaar willen zijn. De programmering van een gebiedsontwikkeling op basis van de huidige kennis van zaken en huidige maatschappelijke inzichten. Hoe dat tegen die tijd gestalte krijgt, zullen we moeten afwachten. Het is een lang bestaand misverstand dat we zulke vraagstukken met klassieke stedenbouw en klassiek projectmanagement kunnen oplossen. Wij zijn een lerende organisatie die afrekent met die gedachte, een experiment dat ons is opgelegd door de planomgeving. Onze opdracht is het ontwerpen van de contractstructuur op basis waarvan een nieuw Stationsgebied gebouwd kan worden, dat bijdraagt aan een veilige, hoogwaardige en leefbare binnenstad op zowel sociaal, cultureel als economisch gebied. De functie van onze organisatie is regisseren en ons concrete product is een contract.”


Dit artikel is van de start van het project. Het is nu ongeveer afgerond:

Volgende artikel: Column